Wie de olie heeft, heeft de macht

Publicatie: Trouw
Datum: 1 februari 2003

   

Maracaibo is gebouwd op een van de grootste oliereserves ter wereld, maar in de hele stad is nauwelijks benzine te krijgen. De staking in de olie is de ruggegraat geworden van het protest tegen president Hugo Chávez. Wie Petroleos de Venezuela heeft, heeft de macht.

"Ze zijn lunchen", haast ingenieur Danilo García zich te zeggen. Laat niemand denken dat de gangen en kantoren zo leeg zijn door de staking. García is de hoogste vertegenwoordiger van het Ministerie van Energie en Mijnbouw in de Venezolaanse oliestad Maracaibo en zijn mensen staken niet, integendeel. Ze staan vierkant achter hun president die korte metten maakt met de oligarchie bij Petroleos de Venezuela (Pdvsa), het staatsoliebedrijf en de trots van de natie. Maatregelen waren hard nodig. "Het bedrijf was als het Vaticaan: een staat binnen de staat", zegt García. Aan het einde van een desolate gang belt zijn secretaresse nog eens rond om te weten welke installaties plat liggen. Ze jongleert onhandig met haar verzameling mobiele telefoons. De vaste lijnen werken niet. Het ministerie deelt de telefooncentrale met de Pdvsa, en die ligt natuurlijk plat. Zelfs het computersysteem is na acht weken nog niet op gang. García is woedend. "Dit is geen staking maar sabotage".

Bijna twee maanden duurt hij nu, de staking bij het Venezolaanse oliebedrijf. Begin december besloten tienduizenden werknemers, van directeurs tot havenarbeiders, op persoonlijke titel gehoor te geven aan de stakingsoproep van de oppositie. Ze hadden al lang genoeg van de betutteling door de regering die de ene na de andere toppositie opvulde met vriendjes van president Hugo Chávez. Het bedrijf ging eraan kapot, vonden ze. De acties groeiden uit tot de ruggegraat van het burgerlijk verzet tegen Chávez, en de Pdvsa zelf tot symbool van de machtsstrijd tussen regering en oppositie. Want wie Pdvsa heeft, die heeft de macht.

Olie is al decennia lang de kurk van de economie in Venezuela. Sinds de boom in de jaren zeventig is het OPEC-lid met 3 miljoen vaten per dag de vijfde producent ter wereld. De delfstof voorziet in meer dan de helft van de buitenlandse deviezen. In 1976 werd de olie geprivatiseerd. De staat benoemt sindsdien de directie van het bedrijf, maar liet de commerciële structuur intact. Totdat Chávez kwam. "Volgens Chávez moet Pdvsa niet met professionele criteria worden geleid maar met politieke", zegt Edgar Paredes, voormalig directeur van Pequiven, de chemische tak van Pdvsa. Paredes werd vorige maand ontslagen en ontvangt bij gebrek aan een kantoor in de lobby van het Marriott hotel.

"In februari 2002 begon de crisis bij Pdvsa. Chávez benoemde een nieuwe directie op basis van loyaliteit, mensen die opleiding noch ervaring hebben met olie." De nieuwe directie plaatste in hoog tempo vertrouwelingen over van het ministerie naar Pdvsa en promoveerde vrienden binnen het oliebedrijf zelf. De onvrede hierover mondde op 11 april uit in een demonstratie van zeker een half miljoen mensen. Diezelfde avond greep het leger in tegen Chávez, die tot ieders verbazing na twee dagen alweer terugkeerde. Vervolgens benoemde die de huidige president directeur Alí Rodriguez, die vrolijk verder ging met de politisering van Pdvsa.

Ingenieur García van het ministerie schudt zijn hoofd. "Ik kan maar niet begrijpen dat mensen met wie ik jaren hier aan tafel heb zitten werken plotseling zijn overgelopen naar de kant van het terrorisme", zegt hij. Ze maken het bedrijf kapot. Door de politieke controverse heeft hij goede collega's, zelfs vrienden verloren. Zelfs de werknemers die niks met de politiek hebben, zitten nu met een dilemma. Niet staken is immers ook een keus, namelijk vóór Chávez. "De beslissing tussen staken of werken hangt voor velen af van de inschatting wie dit politieke spel gaat winnen. Daarom zijn veel mensen weer aan het werk gegaan", zegt de ingenieur. "Maar dat geldt niet voor mij. Ik zit hier uit overtuiging".

Maracaibo, de tweede stad van Venezuela aan het gelijknamige meer in het hete noordwesten, is normaal een levendige stad. Moderne winkelcentra en veel hoogbouw tekenen de welvaart van de olie. De stad is gebouwd bovenop een van de grootste oliereservoirs ter wereld, maar door de staking is er nauwelijks benzine te krijgen. Als je een pijp in de grond steekt, spuit de olie er bijna spontaan uit, maar het spul is zo kostbaar dat tankwagens onder politie-escorte naar de pompstations rijden. Daar staan de lange rijen Amerikaanse brikken uit de rijke jaren zeventig al te wachten. Wie aansluit krijgt een nummer op de voorruit. Het aantal nadert de 500. Het verkeer is tot een kwart gereduceerd. Langs de weg staan jongens met slangetjes te zwaaien om klanten te lokken voor illegale benzine die ze verkopen voor 1000 bolivar per liter, tien keer zoveel als bij de pomp.

De anders zo drukke haven ligt er nu uitgestorven bij. Het enige wat beweegt zijn twee militairen die met een slangetje benzine uit hun auto staan te tappen. De voorrang die ze genieten bij de pomp levert hen op de zwarte markt per tank toch al gauw 25 dollar op. In de verte ligt een olietanker voor anker. Vorige maand nog probeerde het leger de bemanning met geweld aan het roer te zetten. Ze gaven niet toe, maar Chávez ook niet. De president antwoordde in december met het ontslag van 1600 stakers, veelal uit de directie en het middenkader. Sindsdien probeert hij met hangen en wurgen de olieproduktie weer op gang te brengen. Naar eigen zeggen is hij terug op een miljard vaten.

Maar de stakers geloven het niet. Ze geloven niks meer van wat Chávez zegt. Op het plein voor een van de Pvdsa gebouwen in de hoofdstad Caracas kunnen zijn strapatsen kunnen rekenen op hoon. De ruimte is omgedoopt tot "Plaza de la Meritocracia": het "Plein van de Vriendjespolitiek", piece-de-resistence van de oppositie tegen Chávez en verzamel- en vertrekpunt voor de dagelijkse protestmarsen. Rond het middaguur stroomt het plein vol met mannen en vrouwen die hier ooit kwamen om te werken. Twee maanden duurt de staking en een weg terug is er niet. De bewaking heeft een lijst met namen en wie daar niet op staat komt er niet meer in. Naast de ingang staat een groepje mannen te keuvelen. Tien, twintig jaar hebben ze hier gewerkt en ze zijn "vastbeloten" en "zonder twijfel" dat het tij zal keren. Op het Pdvsa-hoofdkantoor, een paar kilometer verder naar het noordwesten, wordt daar heel anders over gedacht. "De staking is mislukt" en "Weg met de fascistische en terroristische staatsgreep" staat er op de muur tegenover de ijzeren toegangshekken. Een permanent kampement van Chávez-getrouwen bewaakt de ingang dag en nacht. De sfeer is onvriendelijk. Een mannetje in zwarte kleren eist legitimatie. "Voor wie staat U die nummerborden te fotograferen!". Chavistas hebben het niet op de pers. Onder een van de tenten herhaalt de staatstelevisie fragmenten van de toespraak Chávez. "Pdvsa is van het volk" schreeuwt hij zijn honderdduizenden aanhangers toe.

Het is oorlog in de olie. De Pdvsa is het symbool geworden van de strijd om de macht. Spotjes op de staatstelevisie tonen Chávez-getrouwe arbeiders die verhalen hoe ze kabels en computers kapot over de grond terugvonden. "De stakers saboteren en vernielen het land omdat ze denken dat ze de baas zijn over Pdvsa". Affiches loven de maatregelen van Chávez, want "Dat is de manier waarop je regeert." Er gaan lijstjes rond met "hoeveel de coupplegers verdienen", Edgar Paredes bovenaan met ruim 800 miljoen bolivar, meer dan een half miljoen euro. "Pdvsa is van het volk".

De oppositie slaat terug. De inzet van ongekwalificeerd personeel in een poging de produktie op peil te brengen zou hebben geleid tot vreselijke ongelukken. "Chávez helpt niet alleen de oliesector om zeep maar ook het milieu", zegt Randolf Pérez, tot zijn ontslag vorige maand chef planning van Pdvsa. Ook hij heeft geen kantoor meer maar hij heeft zijn presentatie vakkundig voorbereid. Luchtopnames van olieverspilling zijn keurig verwerkt in een powerpoint programma met grafieken en staafdiagrammen over produktie en vervuiling voor en na december. De beelden zijn schokkend. Lange slierten zware stookolie waaieren uit over het meer. Zwarte drab pruttelt uit de metershoge reservoirs, die langzaam onderlopen in meters diepe plassen olie.

"Dat zijn geen ongelukken, maar sabotage door de stakers zelf", zegt Danilo Garcia van het ministerie. "Daarom moeten we nu het leger inzetten voor beveiliging." Een kijkje op het meer is niet mogelijk. Chávez heeft alle vluchten boven het meer verboden. Zelfs de goeverneur, die de staking steunt, mag er niet meer vliegen. Daarom gaat de excursie naar een gasbedrijf bij La Concepción, dertig kilometer van Maracaibo. "Je kunt gewoon de waarheid vertellen", zegt García voor vertrek tegen collega Aida López die de reis begeleidt.

In La Concepción staat inderdaad een gascompressor op volle kracht te draaien en drukt zo een kilometer verder olie uit de grond. "Zie je hoe alles hier gewoon werkt?" López begrijpt de consternatie over Pdvsa niet. Het ging juist zo lekker. Vroeger deed ze geologisch onderzoek bij het ministerie maar sinds maart vorig jaar is ze van hogerhand gedetacheerd bij het oliebedrijf om de automatisering te leiden. Sindsdien loopt het als een trein. "Vroeger waren ze over bepaalde dingen maanden aan het vergaderen, nu is het met één overlegje gepiept", zegt López voldaan. In het begin moest ze wel wennen aan het cultuurtje bij Pdvsa. "In die tijd deden ze nog wel eens iets illegaal, dat is nu afgelopen".

Zestig dagen staking heeft het er allemaal niet beter op gemaakt. Het land loopt per dag 60 miljoen dollar mis aan olie-inkomsten. De economie ligt in puin. De Venezolaanse bolivar wordt door aanhoudende devaluatie aan banden gelegd. Inmiddels is de vraag wie nu verantwoordelijker is voor de ondergang: Chávez of de stakers. "Misschien is de staking achteraf contra-produktief gebleken, maar met Chávez is het nog erger", zegt Humberto Calderón, die net namens de gezamenlijke oppositie een persconferentie heeft gegeven. "De wereld zou zich beter moeten realiseren hoe groot het gevaar is. De olieprijs kan wel stijgen tot 50 of 60 dollar." En Calderón kan het weten. Als voormalig minister van energie en mijnbouw, directeur van Pdvsa en voorzitter van de ministersconferentie van de Opec stroomt hem de olie als het ware door de aderen. Alleen de Amerikanen lijken zich zorgen te maken. Zij zijn voor bijna een vijfde van hun olievoorziening afhankelijk van Venezuela afhankelijk. Nu al heeft de staking, in combinatie met de oorlogsdreiging in Irak, de prijs voor ruwe olie opgestuwd tot ver boven de 30 dollar per vat.

Een wapenstilstand in de olie-oorlogis niet in zicht. Afgelopen weekeinde werd een opnieuw lijst gepubliceerd met 700 nieuwe ontslagen. "Nee dat is geen kapitaalvernietiging", zei president directeur van Pdvsa Alí Rodriguez vorige week desgevraagd. "Je wint er juist mee want je elimineert het gevaar dat ze in staking gaan zodra ze het niet met je eens zijn."